Regisseur Marco Bellocchio laat in Vincere op voortreffelijke wijze zien hoe volharding, eindeloze onverzettelijkheid en brandende passie uiteindelijk tot een krankzinnige wereld leiden. In een tijdperk waar kunst, media en politiek een veelbetekenende wending nemen in de Europese geschiedenis, etaleert Bellocchio het verhaal van Ida Dalser. De geheime liefde van Benito Mussolini, die met al haar passie niet kan voorkomen dat ze het slachtoffer wordt van een aanbrekende moderne tijd.

Bellocchio besteedt gelukkig weinig aandacht aan het hoe en waarom achter het fenomeen Benito Mussolini. De film duikt meteen in de sferen van het opkomende fascisme en laat de roerige tijden van de Eerste Wereldoorlog voor zich spreken. De jonge Benito Mussolini wordt krachtig gespeeld door Filippo Timi en weet lust en honger naar macht te laten fonkelen in zijn ogen. Al deze lovende beeldspraak is gerechtvaardigd omdat Bellocchio met veel levendigheid de eerste acte van de film presenteert.
De theatrale protesten van Mussolini en zijn hartstochtelijke avonden met Ida Dalser (Giovanna Mezzogiorno), krijgen door de korte scènes met vloeiende muzikale overgangen een zweem van opera. Doordat Bellocchio meer de aandacht vestigt op beweging dan op dialoog. Met enkele momenten van triomfantelijk gezang, gecombineerd met archiefmateriaal uit het Mussolini-tijdperk, lijkt het alsof Bellocchio niet alleen in vorm maar ook in stijl ‘declameert’ hoe het fenomeen Mussolini tot stand komt.
Ida Dalser wordt neergezet als een tragische heldin. Ze hield van Benito Mussolini nog voor dat Italië hem vereerde. Zij gaf haar leven, en verkocht haar inboedel om de ambitie van de jonge Mussolini te financieren. Met zijn eigen krant Avanti! zette hij de eerste stap naar een socialistisch Italië. Hun passionele relatie raakt opgebroken door de Eerste Wereldoorlog, en hervinden elkaar pas jaren later in een oorlogshospitaal. Ze treft hem daar aan al starend naar het plafond, waar een film wordt geprojecteerd met Jezus in close-up. De iconische rol die hij later als Il Duce zal aannemen, wordt hierbij prachtig gesuggereerd. Bellocchio kruipt hier bijna ongemerkt over naar een meer filmische en melodramatische toon.
Op dat moment ontmoet Ida ook de nieuwe vrouw van Mussolini, en duidelijk wordt dat zij nooit meer aan de zijde van Benito zal mogen staan. In ongeloof blijft ze strijden voor haar rechten als ‘vrouw van’. Haar volharding doet Mussolini beslissen haar op te sluiten in het gekkenhuis. Het enige contact wat ze dan nog heeft met Mussolini, is via de portretten van hem die overal hangen, de radio, de krant en de bioscoopjournaals. Ida’s ongezonde overtuiging brengt ze ook over op haar zoon Benito Albino. Hij, hoewel erkend door Mussolini, zal ook ten onder gaan aan de waanzin van het tijdperk van Il Duce.
Vincere tekent als film misschien nog meer een tijdperk van ongekende moderniteit dan een portret van Mussolini. Ida’s blinde geloof dat Mussolini uiteindelijk voor haar zal kiezen staat mooi in een parallel verband met het blinde vertrouwen dat Mussolini via zijn multimediale propaganda wist te creëren onder het Italiaanse volk. Hij bespeelde als eerste dictator heel kundig zijn achterban via de media en kunst. Politiek had in zijn regime alles te maken met beeldvorming. Imago is beeldvorming, en beeldvorming is media.
Bellocchio heeft er voor gekozen om in dit tweede gedeelte van de film de originele Mussolini via de archiefbeelden zijn eigen rol te vervullen. Filippo Timi lijkt in de verste verte niet op Mussolini, maar Bellocchio weet de overgang van een intieme relatie tussen Ida en een jonge Benito naar een afstandelijk politiek icoon (Il Duce) heel kundig te brengen. Een film die absoluut de moeite waard is, alleen al om te zien wat film betekende voor mensen begin twintigste eeuw.

Bekijk de trailer

