Nog voordat Barry Atsma De Storm en Komt een vrouw bij de dokter opnam, stond hij op de set van Zwart Water. Samen met Hadewych Minis speelt hij de hoofdrol in deze horror-thriller van debuterend speelfilmregisseur Elbert van Strien. Een Nederlandse horror-thriller dus, met de debuterende Isabelle Stokkel (negen jaar) als spil in een groot web.

Christine en Paul wonen samen met hun enige dochter Lisa in een klein appartementje. Dan blijkt Christine’s moeder te zijn overleden en erven ze een immense, maar vervallen villa in België. Ze besluiten er te gaan wonen en daar werk te zoeken. Lisa vindt het maar niks, ze mist haar vriendin in Nederland, moet naar een Vlaamse school en hoort allerlei vreemde geluiden in het huis. In de kelder treft ze vervolgens een meisje aan dat haar dingen over haar moeder verteld die de sfeer alsmaar grimmiger doen maken.
Het is juist die sfeer die erg goed is uitgevoerd en die de film de juiste spanning meegeeft. Van Strien doseert zijn ‘schrik-effecten’ vakkundig en dat verdient een compliment. De cinematografie van Guido van Gennep is glad en strak maar verzorgd. Een filmisch hoogtepunt is het shot van een rokende Christine in de slaapkamer van haar dochter die haar boos toespreekt.
In het shot (maar vooral ook de sequentie eromheen) worden de kwaliteiten van alle departementen gebundeld, inclusief dat van spel. Minis is ineens doodeng en zet even daarna moeiteloos een liefhebbende moeder neer. Ook Atsma is sterk en laat zien al voor zijn grote doorbraak een begenadigd acteur te zijn. Dan is daar nog dat meisje waar de hele film om draait: Lisa gespeeld door de debuterende Isabelle Stokkel. Ze blijkt een waar talent en, op de ingesproken voice-over na, is ze één met haar personage.
De film maakt de verwachtingen naar aanleiding van de trailer waar. Zwart Water is een goed gemaakte thriller met een benauwde sfeer en sterk spel. Dat het verhaal niet helemaal waterdicht is en de ontknoping niet de meest inventieve, zie je graag door de vingers.

Bekijk de trailer

