Zeldzaam vroeg ging de wekker weer, deze koude vrijdagmorgen. IFFR o’ clock, zoveel was duidelijk. Bepakt en bezakt vond ik mijn weg richting trein, die keurig op tijd binnen het uur in Rotterdam – plaats delict – arriveerde.
Mijn eerste film van vandaag zou Vlees worden, een Nederlands coproductie van de ervaren krachten Maartje Seyferth en Victor Nieuwenhuis. Met een ensemble aan kunstzinnige films vormt Vlees de nieuwste telg in hun filmografie. Nooit eerder zag ik een film van de handen van Seyferth en Nieuwenhuis, maar de filmbeschrijving had me erg nieuwsgierig gemaakt. Zieke fantasieën gecombineerd met slagersmessen, dat past wel in mijn straatje.
Helaas mocht ik na een kwartier mijn mening al bijstellen. Soms is het goed met een open geest en zonder voorkennis een film te gaan kijken, in het geval van Vlees had ik vooraf wat onderzoek mogen doen. Daar waar ik had gehoopt op een luguber verhaal in de dromerige stijl van bijvoorbeeld Alex van Warmerdam moest ik het doen met een surreële die vanaf meet af aan bijzonder houterig overkomt. De geile woorden die de overjarige slager zijn jonge assistente in haar oor laat sijpelen klinken niet smerig en pervers, zoals bedoelt, maar vooral houterig en verre van overtuigend. Houterig blijft het narratief, hoewel redelijk beperkt, ook tijdens de rest van de film. Het ontbreekt aan ieder spoor van zinnig plot en ja hoor, het kan natuurlijk geen Nederlands kunstzinnig product zijn zonder het nodige naakt. Verre van functioneel naakt, zeker naarmate de film vordert lijkt het meer en meer sport te worden de blote borsten van hoofdrolspeelster Nellie Benner zoveel mogelijk in beeld te brengen.

Vlees
Vlees moet naar verluidt gaan over leven, seksualiteit, het verschil in perceptie tussen dierlijk en menselijk vlees en de dood. Als je maar graag genoeg wilt vallen al deze termen wel ergens in de film in en toe te passen. De film voelt echter zo enorm vergezocht aan dat je weinig anders kunt concluderen dat je naar een nagenoeg ongrijpbare kunstzinnige uiting van de regisseurs aan het kijken bent. Voor de kijker blijft er dan ook weinig over dan wat surreëel gewauwel met veel blote geslachtsdelen. Maar goed, op dat vlak bedient porno ons al sinds jaar en dag in onze behoeftes. Vlees voelt uiteindelijk vooral erg overbodig.
Uit de bioscoopzaal snel op naar de videobibliotheek, om op een harde houten stoel in een klein, benauwd hokje in mijn eentje naar The Ape te gaan kijken. De titel kwam amusant op me over; altijd een goed criterium om een film te willen zien.
Iedereen die weleens rijlessen gehad heeft, kent het ongemakkelijke gevoel dat je bekruipt wanneer je de eerste paar keer plaats neemt in de auto. Rijinstructeurs kunnen nogal intimiderend en dominant overkomen. Krister is precies een dergelijke instructeur. Weinig vriendelijk, norsig en met een bijzonder kort lontje. Unheimisch is het woord dat me te binnen schiet wanneer ik terugdenk aan die tijd.
Unheimisch is eveneens het gevoel dat overdraagt op de kijker in het eerste kwartier van The Ape. Want wat is hier in godsnaam aan de hand? Krister wordt op een morgen wakker, op de grond, met een gezicht dat besmeurd is met bloed. Geradbraakt staat hij op, wast zijn gezicht en vangt de dag aan zoals hij dat iedere andere dag zou doen. Al snel wordt echter duidelijk dat Krister toch niet echt optimaal in zijn vel zit. Hij lijkt gefrustreerd, boos misschien zelfs wel. Halverwege zijn eerste rijles die morgen valt hij plots enorm uit tegen zijn leerling, stapt uit en sommeert haar zelf maar de weg terug te vinden. Waarheen, waarvoor? Krister lijkt verloren. Zijn frustratie is verworden tot een feit dat hij botviert op een geparkeerde auto. Maar wat gebeurde er nu precies die morgen? Waar kwam al dat bloed vandaan? En waarom is Krister toch zo enorm boos? De wereld om hem heen functioneert als geheel normaal. Iedereen doet normaal, vrienden begroeten hem normaal. Eigenlijk is Krister de enige dissonant in dit geheel.

The Ape
The Ape maakt onderdeel uit van het Bright Future programma van het IFFR en dat is alles behalve misplaatst. Regisseur Jesper Ganslandt heeft een film weten te maken die naarmate de tijd verstrijkt slechts meer vragen doet oproepen dan beantwoorden. Het hele idee achter The Ape lijkt dan ook vooral verwarring zaaien: er wordt een actieve, interpretatieve houding van het publiek verwacht.
Op technisch vlak weet The Ape ook potten te breken. De beklemmende en benauwende sfeer wordt versterkt door camerawerk dat op camcorderachtige wijze geschoten is. Tevens bijzonder dicht op de huid van de protagonist, wat alleen maar meer vraagt van het gemoed van de kijker. Qua verhaal en opbouw kon ik enige overeenkomstigheid met het veelgeprezen Memento van Christopher Nolan niet verbergen. En laat Christopher Nolan in 1999 nu toevallig een Tiger Award op dit IFFR in de wacht gesleept hebben. Hopelijk is het een opmaat voor wat Ganslandt te wachten staat met The Ape. Een waardige festivalfilm die de stelling van het Parool betreffende te weinig nieuw talent aardig torpedeert.
Tot slot was het moment daar me te laten overtuigen van de waarheid der wonderen. Oud-bisschop Bär deed een heerlijke introductie op de film, door zijn eigen geloof met een knipoog te benaderen. Op de vraag of de voormalig bisschop zelf gelooft in de helende krachten van bedevaartsoord Lourdes, reageert hij gevat met: “well, that depends, if the Vatican would ask me I would of course say ‘yes!’” Het gesprek ontplooide zich als een interessant geheel, dat een voorzet gaf over de manier waarop de film te benaderen valt. Vooral de paradox van Lourdes bleek uitgangspunt bij de totstandkoming van de film. Er zijn wereldwijd, sinds de introductie van een officieel wondersysteem, 67 wonderen officieel erkend. Op basis van de vele duizenden mensen die het bedevaartsoord jaarlijks aandoen is dit nogal lood om oud ijzer. Naast hoop op een mirakel is Lourdes voor de vele bezoekers vooral ook een oord voor psychische zalving; erkenning en saamhorigheid. Het wonder an sich is hierbij niet per se een vereiste meer. Voorts kan Lourdes nog voldoende rekenen op aantrekkingskracht omdat het oord nog altijd omgeven wordt door een sluier van mysterie. Conventionele, Christelijke dogma’s doen hier nauwelijks ter zaken. Het is vooral de nieuwsgierigheid naar het onbekende die mensen blijft trekken.

Lourdes
Lourdes is een speelfilm die lichtelijk aandoet als een documentaire. De uitvergrote sentimenten verraadden hier echter een geacteerde film. Het onderwerp Lourdes zou zich prima lenen voor een satire. Regisseuse Hausner probeert de satire echter te voorkomen en een zo eerlijk mogelijk beeld te schetsen van de gang van zaken in en rondom het oord. Hierdoor blijft de film te allen tijde integer van aard, met slechts humor waar deze op natuurlijke wijze plaatsvindt.
Een bijna volledig verlamde vrouw vormt de spil van het verhaal. Dag in dag uit bezoekt zij het lichtend schijnsel van een nis in de befaamde grot, waar mirakels meer dan eens plaats hadden. Het verschil met vele andere bezoekers van Lourdes is echter dat deze vrouw niet volledig gelooft in het wonder. En geen verstokt gelovige is. Te midden van andere gehandicapten en ongelukkige mensen geeft zij zich toch over aan het bedrijf dat Lourdes inmiddels geworden is. Souvenirwinkeltjes, groepsfoto’s die meer doen denken aan Disney Land dan aan een bedevaartsoord dat serieus over moet komen – het is de realiteit van het wonder anno 2010.

Lourdes
Voornaamste trekpleister van de film, naast gezonde nieuwsgierigheid, is de hoop die je als kijker ook begint te ontwikkelen: wat als er nu toch plots een wonder zal plaatsvinden? De energie die een heilige plaats als Lourdes met zich meedraagt, wordt goed overgebracht op de kijker. Mede door het relativerend karakter dat de film weet te behouden – zowel fanatici als wat minder enthousiaste bezoekers worden getoond – ontspoort de film nooit in een spotprent gedreven door fanatisme. In plaats daarvan valt Lourdes vooral te zien als een analyse naar een fenomeen dat ondanks vercommercialiseert karakter nog steeds tot de verbeelding van velen spreekt.
Om af te sluiten met de geruststellende woorden van bisschop Bär: “Never exclude the miracle!” Een advies voor het leven. Ik kon met een gerust hart mijn bed tegemoet.


