Special

IFFR 2010 Dag #1: Oprechte gewichtigheid of vergane glorie?

Gepubliceerd op 30 januari 2010, 23:44
Geschreven door Erwin Kostense

,

IFFR 2010

Daar was ik dan weer, plots in het altijd in ontwikkeling zijnde Rotterdam. Al voor zover mijn geheugen kan reiken is men het centraal station aan het verbouwen – fijn te zien dat ze daar nog niet mee opgeschoten zijn.

Gebrek aan verandering koester ik in dit geval graag als een warm bad. Goed: zelfde stad, zelfde bouwput, zelfde wegen, zelfde filmfestival. Tot nu toe nog weinig ondoorgrondelijks. Het grootstedelijke, naoorlogse stratenplan van Rotterdam doet prima dienst als zichzelf wijzende wegwijzer. Alle filmhuizen en bioscopen liggen nog lekker dicht bij elkaar, men schenkt er nog dezelfde koffie, zit nog op de dezelfde stoelen – ik kom zelfs dezelfde zaalwachten tegen. Nu weet ik het zeker: ik ben thuis.

Genoeg gemijmerd, er moet namelijk gewerkt worden. Niet alleen door mij, door iedere festivalbezoeker. De slag om het zien van zoveel mogelijk films in een zo kort mogelijk tijdsbestek is weer losgebarsten en ik laat het me wel bekomen. Als een volwaardig dieselmotor ga ik zuinig van start met twee films gepland op mijn eerste festivaldag. Niet mezelf voortijdig opbranden, het festival is nog jong, ik weer een jaar ouder.

Francis Ford Coppola is weer wat jaren ouder dan ik. De gelauwerde filmmaker telt inmiddels meer dan zeventig jaren schoon aan de haak, maar weigert vooralsnog zijn vak als regisseur de rug toe te keren. Grootse successen werden in het verleden behaald met The Godfather-trilogie, Apocalypse Now en Patton, om maar wat wapenfeiten te noemen. Zijn voorgaande productie, Youth Without Youth, werd door de mondiale pers een stuk minder vriendelijk behandeld. Aan Tetro, Coppola’s nieuwste productie, de taak om zijn schepper in ere te herstellen.

Tetro gaat voortvarend van start, in een broeierig Buenos Aires stapt een jongeling het huis van zijn broer binnen. Enthousiast zijn broer weer te zien, is de verbazing des te groter wanneer zijn broer hem vertelt dat hij weinig behoefte meer heeft aan familie.

Angelo (Vincent Gallo) is niet meer. Tetro luidt zijn nieuw aangenomen naam, na alle familiebanden verbroken te hebben en een afgezonderd leven te leiden, vereenzaamd met zijn vrouw. Groot is de shock voor Tetro als zijn jonge broertje Bennie (debuutrol Alden Ehrenreich) plots op de stoep staat. Tegen zijn persoonlijke behoeftes in neemt Tetro zijn broertje Bennie mee in zijn nieuwe leven en laat hem hierbij zien hoe weinig er over is van de broer die hij ooit kende. Tetro’s houding en zijn ontkenning van zijn verleden – ook richting zijn nieuw verworven vrienden – maakt Bennie achterdochtig en onzeker. Wanneer geconfronteerd met zijn opmerkelijke gedrag is alles wat Tetro laat blijken frustratie. Wat aan het oppervlak op aan het borrelen is valt niet langer te negeren en Bennie besluit op onderzoek uit te gaan. Op een onbewaakt moment, wanneer Tetro van huis is, ziet Bennie zijn kans schoon en stuit hij op familiegeheimen die door Tetro in geheimschrift opgesteld zijn. Ze vormen het manuscript voor zijn nooit gepubliceerde familiebiografie.

Tetro
Tetro

Een nieuwe Coppola zorgt voor hooggespannen verwachtingen, zelfs al is de grootmeester zijn kunstje de laatste tijd wat verleerd. Het familiedrama, dat in het eerste gedeelte van de film een aanstekelijke lichtvoetigheid weet te presenteren, is er eentje volgens beproefd recept. Meer dan eens kon ik het niet laten mijn gedachten af te laten dwalen naar de werken van Pedro Almodóvar. De eerder genoemde lichtvoetigheid uit zich voornamelijk in een subtiel verweven fabricaat van humor, dat vooral de draak wenst te steken met het passievolle Zuid-Amerikaanse leven.

Hiermee dient zich wel het eerste probleem van Tetro aan. Want die prachtig geschoten, messcherpe zwart-witbeelden lijken zich meer te lenen voor een film noir dan voor het familiedrama dat Coppola wellicht voor ogen had. Ze sluiten dan ook maar weinig aan bij de plaats waar het verhaal plaatsheeft.

Voorts doet het de film weinig goed dat de acteerprestaties van de hoofdrolspelers niet overtuigend te noemen zijn. Van een meeslepend epos over familieverstandhouding, doorspekt met flashbacks en ontluikende geheimen, mag je heftige emoties verwachten, rillingen over je rug. Een ruzie of twee uitgezonderd krijgt de kijker nooit echt het gevoel dat er iets verschrikkelijks, iets onoverkomelijks aan de hand is. Elke familie heeft zo wel zijn geheimen.

Ook het laatste gedeelte van de film lijkt ontspoord. Hinkend op allerlei gedachtes die nergens echt consistent overkomen, maakt Tetro zijn gehoopte potentie nauwelijks waar. Familiedrama’s, ballet, zwart-wit, prachtige klassieke muziek: alles is er aan gedaan om de film elan te geven, maar wat uiteindelijk rest is dat de beelden prachtig zijn en dat de film zo nu en dan bijzonder grappig is – voornamelijk vanwege het onuitstaanbare gedrag van de protagonist en naamdrager van de film.

Na een daadkrachtige ontsnappingspoging uit de veel te benauwde persruimte in Lantaren/Venster, snel ik richting het mooie Cinerama, gelegen aan de Westblaak, om in het oude, vertrouwde Cinerama 7 de Russische film Mama te gaan zien.

Volgens de officiële berichtgeving zijn Nikolay en Yelena Renard twee rijzende sterren aan het oostfront. Mama is gebaseerd op een waar gebeurd verhaal en dat verbaast me niks. Al tijdens de Jerry Springer-hype halverwege de jaren negentig werd Nederland meermaals opgeschrikt door verhalen uit de Verenigde Staten over mensen zo enorm zwaarlijvig, dat ze in hun dagelijkse verzorging aangewezen waren op partners, vrienden maar voornamelijk familie. Dat de verwesterlijking zich ook heeft doorgezet in Rusland bewijst Mama. Twee protagonisten, de moeder uit de titel van de film en in het bijzonder haar bevallige zoon, die qua gewicht de drie cijfers moeiteloos haalt. Wassen, eten bereiden, zelfs naar bed gaan: onmogelijke opgaven wanneer je lijf te groot is om door de deur van een WC-hokje te passen.

Mama
Mama

Het is vooral de tragedie van de moeder die in Mama aan de kaak gesteld wordt. Zich wegcijferend voor haar zoon heeft ze een persoonlijk leven opgegeven om haar kind zo goed en zo kwaad als dat gaat te verzorgen. Haar eigen verdriet is echter niet de enige emotie die overduidelijk naar voren komt, ook haar overprotectieve gedrag, alsmede haar oplopende ergernissen ten aanzien van haar zoon doen van zich spreken. Een hevige snurker in huis is dan ook wel erg storend.

Het mooie is dat Mama erg verstillend werkt. Alle shots duren gewoon een paar minuten, waarmee de film de kijker dwingt af te zakken naar het levenstempo van iemand van 200 kilo. Hiermee ontstaat een schilderachtig geheel, waarvoor het mistroostige voormalig-Soviet interieur zich prima laat lenen. De dagelijkse verzorging die de zoon nodig heeft, maakt van hem persoon kwetsbaar als een kind.

Niet geheel toevallig moest ik terugdenken aan de film Mother van Adelheid Roosen, die ik op het afgelopen IDFA zag. Daarin werd een bejaarde vrouw, lichamelijk versleten en dementerend geportretteerd, ook even hulpbehoeftig. De tragedie van de kwetsbaarheid die gebrekkig functioneren met zich meebrengt, en schijnbaar achter iedere deur schuil kan gaan.

Ervaring versus amateurisme vandaag. Leuk detail is dat Mama voor slechts 8000 Dollar geproduceerd werd. Voorlopig gaat mijn stem naar de amateurs. Ik ben benieuwd of het IFFR meer nieuw talent zal weten te vertonen en de kritiek van het Parool zal kunnen verstommen. Tot morgen!

Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , ,

Reacties

Nog geen reacties geplaatst.

Reageer

HTML is uitgeschakeld, gebruik a.u.b. Textile

Poll

De laatste Harry Potter film...

Jammer
Blij toe
Geen mening

Resultaten

Links

Alle links →