In allerijl naar de kaartverkoop fietsen, door de regen en storm, gaat je niet in de koude kleren zitten. Uitgeput en bezweet arriveer ik uiteindelijk zonder al teveel kleerscheuren, blijken mijn dagplannen compleet omgegooid te moeten worden. Alle films waar ik op geanticipeerd had zijn uitverkocht. Gelukkig gaat mijn sumoliefde diep genoeg om daar nog kaartjes voor gereserveerd te hebben, verder wordt het improviseren geblazen.
Na de gevaarlijke oversteek naar de overkant van de straat gemaakt te hebben, zigzaggend langs trams, hordelopend langs, over en om een meute mensen heen, arriveer ik in de nieuwe aanbouw van Tuschinski. Kids & Docs, het programmaonderdeel geënt op kinderen, was mijn alternatieve keus geworden. Ik had al gehoord dat hier zo nu en dan ondergesneeuwde pareltjes tussen verscholen zouden kunnen zitten, dus niet eens een slecht alternatief. Drie films vormden de vertoning, te weten Herr Rücker, Astronaut en Let’s Be Together. Met het zweet van de barre fietstocht nog op mijn bovenlip, zakte ik weg in de toch altijd zo comfortabele bioscoopzetel en liet mijn geest het werk doen.

Herr Rücker
Herr Rücker gaat over een vijftienjarige jongen, Nico, die binnen zijn school een dissonant vormt. Hij vindt maar moeilijk aansluiting bij zijn klasgenoten. Dit niet in de minste plaats vanwege het feit dat hij gepest wordt. Sociale interactie met leeftijdsgenoten is zodoende nauwelijks aan Nico besteed, dus gaat hij op zoek naar bevestiging bij anderen. Al snel komt hij in aanraking met de conciërge van zijn school. Na kort overleg geeft hij Nico de autoriteit om diverse functies binnen het schoolgebouw en de schoolgang soepel te laten verlopen. Alle deuren openen, schoonmaken, IT werkzaamheden, klaar over spelen: Nico ontpopt zich als een manusje van alles die op deze manier hoopt erkenning te krijgen. Enerzijds aandoenlijk te zien hoe een jonge jongen een plekje in de harde maatschappij probeert te veroveren. Anderzijds blijf ik achter met een ambigu gevoel: benadrukt deze film niet juist de unieke, solitaire positie van Nico binnen zijn school? En zal dit niet voor meer verwijdering van zijn leeftijdsgenoten zorgen? Mijn vragen en zorgen blijven onbeantwoord. “Ik vind school erg leuk, maar het liefst zonder medestudenten” luidt zijn credo. Nico lijkt echter gelukkiger dan ooit tevoren. Mijn zegen heeft hij.
De tweede film was het Nederlandse product Astronaut, over een jongetje met ADHD: een aandachts- en hyperactiviteitstoornis. De korte film probeert de stoornis vooral vanuit het perspectief van de patiënt te benaderen: het overgrote gedeelte van de vertoonde beelden is dan ook door de protagonist zelf opgenomen. Deze logischerwijs weinig professionele beelden worden aangevuld met kinderachtige – speelse, zo je wilt – montage, in de vorm van getekende figuurtjes en allerlei kleur- en geluidseffecten. Mij werkt het enorm op de zenuwen, maar daarom is het wellicht juist bijzonder geslaagd. Het moet een beeld schetsen van de manier waarop een ADHD-patiënt de wereld ervaart. Enigszins schrijnend is het te zien hoe het jongetje in het verhaal relatief onder de duim gehouden wordt. Zijn ouders vinden dat hij maar niet op school moet vertellen wat er precies aan schort, uit angst voor pesterijen. Maar op school neemt hij reeds een unieke positie in door zich aan bijzondere regels te moeten houden en apart van de rest van de groep moet zitten. Gelukkig besluit hij op eigen initiatief dat de film die hij in samenspraak met regisseuse Anneloor van Heemstra maakte een manifest zal gaan vormen voor zijn spreekwoordelijke ‘coming out’. Een geruststellende gedachte voor de kijker, een nog grotere opluchting voor de protagonist zelf. Altijd fijn, een happy end.

Astronaut
Laatste film volgt enigszins in het kielzog van de eerder genoemde ‘coming out’. Let’s Be Together is een documentaire/reportage die gaat over de veertienjarige Hairon, een jongen met Braziliaanse roots, wonend in Denemarken. Zijn biologische moeder en stiefvader hebben zijn atypische levensstijl geaccepteerd – een levensstijl die gekenmerkt lijkt door materialisme, bezit van vooral dure designerkleding en bijhorende accessoires. Spoedig blijkt dat Hairon meer op zijn lever heeft dan uiterlijk vertoon: hij worstelt eveneens met zijn seksualiteit en profileert zich als jongen met de fysieke kenmerken van een man maar de uiterlijke pretentie van een vrouw. Drie jaar nadat hij zijn biologische vader – woonachtig te Brazilië – voor het laatst gezien heeft, breekt het moment aan dat hij hem weer gaat ontmoeten. In die drie jaar tijd is er enorm veel veranderd met Hairon, zaken waar zijn vader nog absoluut geen weet van heeft. Een gezicht vol make-up, hoge hakken, getoupeerd haar: acceptabel in het sociale en progressieve klimaat van Denemarken. Niet in het veel conservatievere Brazilië. De vader van Hairon is ondersteboven wanneer hij zijn zoon ontmoet – maar zijn motieven blijken tegen alle verwachting in oprecht en gegrond.
Let’s Be Together is een indringend en emotioneel portret over een jongen die worstelt met zijn eigen karakter en emoties. De Deense regisseuse Nanna Frank Møller heeft zichzelf volledig weten weg te cijferen in dienst van haar product. De verschillende karakters worden op de voet gevolgd, waardoor er een documentaire ontstaat die nauwelijks te onderscheiden valt van de tegenwoordig zo populaire real life drama’s. Ze had hiermee wel te maken met een staaltje geluk: Hairon laat zich maar wat graag in beeld brengen en steekt zijn eigenzinnigheid allerminst onder stoelen of banken. Waar het begin van de film door oppervlakkigheid gekenmerkt lijkt, ontpopt zich uiteindelijk een emotioneel geheel dat gelukkig beschikt over materiaal dat relativeert. Wanneer Hairon’s biologische vader opmerkt dat Hairon zo gegroeid is de afgelopen drie jaar, reageert Hairon geheel in eigen stijl: “Wait until you see how tall I am in my six-inch heels!” Het is mooi te zien dat Hairon van geen wijken wil weten en zijn eigengereidheid volledig geaccepteerd heeft. Niets staat hem in de weg zijn omgeving van hetzelfde te overtuigen.

Let’s Be Together
Het Nederlands klerikaal bestel waar ik gister over sprak vindt op doek schijnbaar meer aftrek dan in de kerken zelf – de door mijn geplande voorstelling zat vol en moest ik dus laten schieten. Met tijd te over deed ik mezelf tegoed aan een heerlijke lunch, in afwachting van de nodige zwaarlijvigheid. A Normal Life. Chronicle of a Sumo Wrestler was het laatste wapenfeit van de dag.
Takuya, achttien lentes jong en judoka, zwicht na te zijn afgestudeerd voor de wensen van zijn vader: hij besluit naar de grote stad af te reizen om sumoworstelaar te worden. Een onderneming waar vooral niet geringschattend over gedaan moet worden. Volledig ontheemd belandt Takuya daags na zijn diploma-uitreiking in het voor hem groteske Tokyo – meedogenloos in vergelijking het zijn geboortedorp. Kennis- en vriendloos is hij overgeleverd aan de gratie van zijn coach die van hem een zwaarlijvige kampioen moet maken. Maar sumoworstelen zonder het nodige overgewicht is als voetballen zonder benen, of tennissen zonder armen: onmogelijk. Bijna nog onmogelijker zijn daarom de verschrikkelijke hoeveelheden eten die Takuya naar binnen moet werken om ‘sterk’ te worden. Achttien kilo in twee maanden tijd blijkt niet genoeg: het tempo, de kracht maar vooral het gewicht moet omhoog wil Takuya enige kans maken tegen zijn veel grotere opponenten, sommigen meer dan 180 kilo’s schoon aan de haak. Geheel tegen Japans gebruik in verruilt Takuya zijn dienstige houding tegenover zijn vader als snel voor zijn eigen ego. Sumoworstelen was nooit zijn wens en zal het ook nooit worden. Ook al groeien zijn lichaam en zijn ervaringen, zowel op worstelgebied als sociaal vlak, judo is waar zijn hart ligt. Mentaal verkeerd hij in een vacuüm en heeft hij na twee maanden al last van heimwee. Heimelijke herinneringen aan zijn familie en vrienden in zijn geboortedorp en pijnlijke gesprekken met zijn zus zorgen ervoor dat Takuya zich nooit los weet te weken van zijn gevoelens doorspekt met melancholie. De wereld om hem heen beweegt constant vooruit, evenals zijn lichaam, zijn geest blijft stilstaan en koestert eigenlijk slechts eens wens: terugkeren naar huis, zijn eigen idealen nastreven.

A Normal Life. Chronicle of a Sumo Wrestler
Deze tweeledigheid maakt de film tot een interessant document over de keuze waar veel jongeren aan de voet van volwassenwording mee worstelen, zeker in een patriarchaal land als Japan. Tegelijkertijd is de mismoedigheid van Takuya soms bijna tenenkrommend: waarom stopt hij niet gewoon met sumoworstelen? Waarom duurt het toch zo lang voor hij zijn eigen pad kiest? Als kijker hoop je keer op keer dat de film een positieve wending zal gaan nemen, en zo nu en dan lijkt dat ook te gebeuren – bijvoorbeeld wanneer Takuya een worsteltoernooi met een 6-1 overwinning weet af te sluiten. En toch vervalt hij en daarmee ook de film keer op keer weer in een zwart gat van triestigheid, waar de emotie strak regeert. Als de kijker over net zoveel doorzettingsvermogen als Takuya beschikt, ondanks alle twijfels, ontspint zich hiermee een mooi, bij tijd en wijle verstillend product van een eenzame jongen omgeven door een enorm verwachtingspatroon, in een enorm anonieme omgeving.
Morgen een man die op zijn tachtigste levensjaar pas op de helft van zijn leven meent te zijn! Heeft hij de bron der eeuwige jeugd gevonden?


