Net op adem gekomen van het Zeeuwse Film by the Sea, direct door naar het beste wat ons eigen land te bieden heeft wat betreft film: Het Nederlands Film Festival 2009. Utrecht was de stad waar de campagne om de vaderlandse film cachet mee te geven plaats zou vinden – logischerwijs verplaatste ik me daar dus heen, wederom per trein. Geen probleem natuurlijk, na Zeeland te hebben getrotseerd is werkelijk niets mij meer te gek.
Maar hoewel een reis naar de uiterste uithoek van Nederland per trein wellicht heel wat vergt, zijn het de oude steden zelf, zoals Utrecht in dit geval, die er dan weer inhakken in de Randstad. Want waar, oh waar is dat festivalpaviljoen toch? En waar zijn al die filmhuizen in de naam des hemels toch te vinden? Oké, toegegeven, ik heb bijna een jaar in Utrecht gestudeerd, maar de gang richting de Uithof is toch wel iets anders dan het jezelf bekend maken met het repetitieve grachtenstelsel en binnenstad gevormd naar middeleeuws patroon. Om een lang verhaal kort te maken: het lukte. Maar daar is alles dan ook wel mee gezegd. Inmiddels heb ik een heuse plattegrond ter hand genomen om het mezelf maar wat makkelijker te maken, toch had onze lieve Heer mij best met wat meer mannelijke kaartleesgenen mogen scheppen. Eenmaal gearriveerd bij het festivalpaviljoen verliep het bemachtigen van de kaarten voor vandaag echter wel van een leien dakje. Wellicht wat compensatie van bovenaf. Drie stuks kaarten rijker ging ik op pad, de betonnen jungle van Utrecht in. Het leven uit een dag, Dakota en Holland mochten mij er vandaag van overtuigen dat de Nederlandse film wel degelijk nog meetelt op internationaal niveau.

Het leven uit een dag
Het Rembrandttheater in Utrecht verbaasde me nogal met zijn de omvangrijke grote. Tweeledige verbazing: onverwacht en onnodig. Dat laatste omdat de film die op het programma stond, Het leven uit een dag, bij lange na niet was uitverkocht. Jammer, maar goed, de productie van Mark de Cloe heeft enkele weken geleden al zijn officiële debuut in de Nederlandse zalen mogen hebben. Ik ging de film in met wetenschap over de helft van het boek van A.F.Th. van der Heijden met dezelfde titel – verder was ik helaas nog niet gekomen. Ik had her en der reeds opgevangen dat de filmadaptatie vooral op het eind danig afweek van het originele manuscript, daar kon ik derhalve niet over meepraten. Wel ging de film flitsend van start: in een bijzonder kort tijdsbestek werd de eerste helft van het boek op de kijker afgevuurd. Dit gebeurde in een voor mijn gevoel dermate hoog tempo dat ik me oprecht afvroeg of de onwetende kijker de gehele strekking van het gebeuren wel kon bevatten. In elk geval werd al snel duidelijk dat de grimmige toon die het boek hanteert totaal niet gevolgd wordt: met feeërieke belichting wordt een bijna sprookjesachtige sfeer geschept in een wereld waarin elk leven slechts één dag duurt. De enige ontsnapping hieraan is mogelijk met een gang richting de hel, waarin het wonder van elke unieke belevenis wordt gedegradeerd tot een oneindige repetitie van dezelfde belevenissen. De protagonisten in Het leven uit een dag zijn in hun blinde verliefdheid voor elkaar echter wel gegrepen door de gedachte aan eindige repetitie en begaan zodoende een moord om hun heilstaat te bereiken.
Helaas weet de film nooit echt te overtuigen. De sprookjesachtige sfeer neemt in het tweede gedeelte van het verhaal wel een iets meer naargeestige wending, nooit wordt echt het niveau tienerfilm ontstegen. De problemen waar de jonge hoofdrolspelers mee geconfronteerd worden zijn alles behalve eng of beklemmend te noemen. Zodoende komen zij over als twee gevallen engeltjes die middels een moord onze eigenste wereld betreden hebben en onze aardse, dagelijkse routine moeten volgen, hierin verdrinkend vanwege verloren liefde. Wellicht degradeer ik het verhaal nu zelf teveel tot een simpel geheel, maar veel meer kon ik van de film niet maken. En het einde? Ik weet niet hoe het er in het boek aan toe gaat, in de film was het echter rozengeur en maneschijn. Jammer hoor. Een zwartgallige uitsmijter had er van mij wel bij gemogen. Al was het maar om het gemoed van de kijker te tarten.

Dakota
Inmiddels etenstijd, tijd voor een snelle hap in de vorm van een pizza. Trap af, kade op, een vieze droge witte wijn rijker, een pizza calzone rijker, veel te lang moeten wachten op de rekening en vervolgens ook veel te veel geld armer, trap weer op en hollen maar naar de cinema – het leven van een recensent gaat niet altijd over rozen!
Dakota stond geprogrammeerd voor de volgende ronde. Een film uit 1974 met enkele bekende namen in het gelid. Ik noem de twee toen nog jonge en daarmee tevens knappe actrices Monique van de Ven en Willeke van Ammelrooy en niet te vergeten hoofdrolspeler Kees Brusse. Het verhaal gaat over een op leeftijd zijnde vliegtuigpiloot Dick de Boer (Brusse), woonachtig op de Antillen, die niet vies is van de nodige smokkelpraktijken. Wanneer men doorkrijgt dat De Boer zich niet helemaal koosjer gedraagt, krijgt hij gewetensbezwaren en lijkt voornemens zijn discutabele handelingen op te schorten. Maar zoals wel vaker met georganiseerde misdaad, komt De Boer in aanraking met een knappe vrouw die hem op andere gedachten weet te brengen. Hiervoor is echter wel de nodige overredingskracht nodig – Dick de Boer is een Hollander van de oude stempel: niet lullen maar poetsen. Maar helaas, ook sterke mannen breken vroeg of laat.
Stiekem is Dakota gewoon een 100 minuten durend eerbetoon aan de klassieke vliegmachine van weleer. Hele volksstammen mannen weten hun kinderlijk enthousiasme niet te onderdrukken wanneer geconfronteerd met dit bakbeest en daar wordt dankbaar gebruik van gemaakt. Nu is de Dakota ook wel een fotogenieke machine, dus zo erg is het allemaal niet. Voeg zo nu en dan nog wat bijzonder gezellige Antilliaanse muziek toe en esthetisch mag het allemaal best door. Het verhaal heeft niet veel om het lijf, maar het is best te pruimen hoewel soms wat onnavolgbaar, onverklaarbaar als je wilt. En zo beheerst als het begon, zo beheerst komt de film ook weer tot een slot. Een mooie, gestage vluchtpreparatie in al haar zen- en tevens schoonheid. Vergeet daarnaast niet dat de film al 35 jaar oud is. Een mooi en vermakelijk geheel.

Holland
Na een korte pauze genomen te hebben en tot drie keer toe mij hebben laten vertellen dat de zaal open was om mij in neer te nestelen, wat tot drie keer toe (nog) niet het geval was, was het de vierde keer prijs: de laatste film van de dag, Holland, stond op punt van beginnen.
En daarmee wil ik mijn dagverslag graag op het punt van eindigen doen aanbelanden. Want over deze film heb ik echt niets, maar dan ook echt niets te zeggen. Ik wil niet oneerbiedig richting regisseur overkomen, maar dit soort films kunnen echt niet. Blote billen, blote borsten, blote vagina’s, blote penissen, die vier in een willekeurige volgorde met elkaar gecombineerd en ik heb eigenlijk alles wel gezegd over dit brouwsel. Verschrikkelijk. Ik ben voortijdig weggegaan: een pornofilm heeft meer verhaal te bieden.
Zaterdag hopelijk meer geluk, dan ga ik verder met verslaan. Een uit drie, daar doe ik het niet voor hoor. Kom op Nederland, verdedig die eer met verve, volgend jaar wil ik toch wel wat meer spannends dan Wit Licht zien als nationale Oscartrots!


