Na een paar dagen rust te hebben genoten na mijn laatste avonturen op filmgebied in Vlissingen, was het vandaag, vrijdag 18 september, weer tijd voor de bijl te gaan. En het mocht er nu toch ook weleens van komen: festivalfilm nummer één, De Storm, stond op het programma.
Na bij de persbalie te zijn aangekomen werd ik vriendelijk naar de overkant van de straat gedirigeerd. Daar was speciaal ter gelegenheid van Film by the Sea een provisorisch theater opgebouwd om nog meer bezoekers te mogen herbergen. Maar zei ik provisorisch? Het was allemaal prima geregeld. Een grote zaal, groot doek, alleen de stoelen mochten wat comfortabeler. Dit was het niveau terraszitter nauwelijks ontstegen, maar soit, er mag niet teveel geklaagd worden. Immers is het kijken qua afzien op geen enkele manier te vergelijken met het leed waar we op doek mee geconfronteerd worden. De watersnoodramp van 1953 moge een bekend historisch feit zijn binnen onze vaderlandse geschiedenis. Misschien wel de grootste ramp van de afgelopen eeuw, waarbij bijna 2000 mensen het leven verloren en meer dan 100.000 dakloos raakten.
Nog nooit was dit onderwerp op het grote doek in filmvorm vertaald. Hiermee komt direct een hekel punt naar voren: hoe deze vertaling aan te pakken? Een spektakelfilm zou ongetwijfeld in slechte toonaard gevallen zijn, voornamelijk bij het deel van de bevolking dat daadwerkelijk slachtoffer werd van de ramp. Regisseur Ben Sombogaart besloot tot een relatief veilige adaptatie van de ramp door er een romantisch verhaal van te maken waarbij de ramp zelve min of meer als vehikel geldt om het verhaal voort te stuwen. Dat Sombogaart niet vies is van de nodige dosis romantiek blijkt uit bijvoorbeeld zijn laatste wapenfeit, Bride Flight. Uit de gemengde reacties waar deze film mee werd ontvangen blijkt echter ook dat romantiek niet direct een garantie is tot een geslaagde film. Helaas geldt deze wet ook een beetje voor De Storm.
De film opent indrukwekkend met hoge, bulderende, alles verslindende golven die op de arme en kwetsbare kust van het zo mooie Zeeland beuken. De jonge, alleenstaande moeder Julia is op de vooravond van de naderende ramp van plan het weekend leuk in te leiden met muziek en dans. Dit tegen het advies van haar ouders in, maar goed, jong en onbezonnen zullen we maar zeggen. Wonderbaarlijk genoeg weet Julia veilig thuis te komen, om daar de laatste minuten van een veilige familiehaven mee te maken. Kort daarop breken de dijken en daarmee het onvermijdelijke onheil uit: de provincie Zeeland wordt in een periode van enkele uren praktisch van de kaart geveegd.

De Storm
Binnen het kader van deze ramp heeft regisseur Sombogaart zoals eerder gezegd ruimte gevonden om een romantisch verhaal in te passen. Hoewel de keuze hiervoor te begrijpen en billijken valt – mede vanwege sentimenten die meespelen – was ik persoonlijk niet erg gecharmeerd van deze keuze. De intenties zijn er wel degelijk om een meeslepend verhaal op poten te zetten, maar nooit komt het echt van de grond. Een zoektocht naar een verloren kind, een stukgelopen relatie, het lijkt allemaal wat futiel tegen een achtergrond van rampspoed. Op technisch vlak was de film daarnaast soms wat fragmentarisch gemonteerd, wat de continuïteit van het verhaal niet ten goede kwam. Het acteerwerk was charmant, zeker van de bijrollen van diverse Zeeuwse boeren en boerinnen, de hoofdrolspelers wisten mij nooit echt te overtuigen van de impact die de watersnoodramp teweeg gebracht moet hebben op individueel niveau. Daar tegenover staat wel een sterk geluid, kippenvel valt nauwelijks te onderdrukken wanneer de eerste golven het scherm op bulderen. Ook zijn er momenten in de film die benadrukken hoe verschrikkelijk individueel leed is tijdens een ramp als deze: vermiste familieleden, dode lichamen – oud en jong – die door de overspoelde dorpen drijven: mij liet het onberoerd.
Al met al is De Storm een dappere poging van een moeilijk en pijnlijk onderwerp een passende film te maken. Hoewel qua verhaal nogal dunnetjes is er zichtbaar bloed, zweet en tranen gestopt in het zo realistisch mogelijk overbrengen van de watersnoodramp zelf. Dit verdient een compliment en voorts ook zeker een kijkbeurt. Het gevoel van een klein maar dapper volk dat de elementen tracht te bedwingen is een mooi metafoor voor de Nederlandse inborst.
Tijd voor het volgende natuurgeweld, waar we het iets noordelijker voor zullen moeten zoeken: sneeuw. Bij bakken. In de film Nord, what’s in a name, besluit de aan lager wal geraakte Jomar op zoektocht te gaan naar zijn voormalig vrouw en uit de relatie met die vrouw voortgekomen kind. Want tja, wat moet je anders als je huis zojuist is afgebrand en zelfs de psychiatrische kliniek niet meer op jouw aanwezigheid zit te wachten?

Nord
Gewapend met een jerrycan wodka, een dik pak kleding en een sneeuwscooter begint Jomar aan een onmogelijke reis die hem in nog onmogelijkere situaties doet belanden. Klinkt misschien niet zo spannend, maar de film weet te ontroeren door een typisch Scandinavisch cynisme die erg aanstekelijk werkt. Ook al is Jomar nog zo triest bij tijd en wijlen, als kijker kun je niet anders dan meegaan in zijn bedenkelijke belevingswereld en sympathiseren met het hogere doel dat hij nastreeft. Aangemoedigd door de vreemde vogels die hij onderweg tegenkomt, begaat Jomar zijn reis gelaten. De beelden zijn met regelmaat adembenemend: enorme sneeuwvlaktes, sneeuwstormen, besneeuwde bergtoppen. Eigenlijk alles sneeuw dus. Maar op zo’n enorme, overweldigende schaal – niets wat hij hier in Nederland ooit hebben mogen meemaken. Beetje vreemde eend in de bijt wel, dit Nord, maar aandoenlijk. En zo plots als de wonderlijke reis door sneeuwrijk Noorwegen begon, zo plots is hij ook weer afgelopen. Ik voelde mij bijzonder voldaan na dit ijzig intermezzo.
Tot slot ging ik naar de late voorstelling van Der Knochenmann, een film die gekozen werd op basis van enkele misverstanden betreffende mijn oorspronkelijke rooster en een even vage als interessante filmbeschrijving. In een herberg in eveneens sneeuwrijk Oostenrijk, spelen zich vreemde zaken af. Brenner is een man, boven alles. Begonnen als politieagent, inmiddels een doorstart gemaakt als belastinginner, deurwaarder, wordt hij constant op pad gestuurd op mensen van hun waardevolle goederen te ontdoen in geval van achterstallige betaling. Wanneer hij op pad wordt gestuurd de bergen van Oostenrijk in, blijkt degene van wie hij een auto moet innen niet te bestaan. Of in elk geval onbekend bij de uitbater van het etablissement. Dat deze echter meer noten op zijn zang heeft dan in eerste instantie gedacht, zal al snel blijken.
Der Knochenmann is een film die op een vrij lugubere manier humoristisch is. Beelden van een levendige herberg en de klinische keuken waar de befaamde kipgerechten bereid worden wisselen elkaar af. Vooral de sfeer in de keuken wordt naarmate het verhaal vordert steeds schimmiger en ik raad bij dezen ook graag met klem een sterke maag aan, daar vleeswerking op alle denkbare manieren bijzonder visueel in beeld wordt gebracht. In feite hebben we hier met een bizarre aflevering van een Duitse Krimi te maken: Brenner raakt ongewild in een web van intriges verstrikt waar hij op gegeven moment zijn eigen leven niet meer zeker is en vraagtekens moet zetten bij de verschillende motieven van de mensen die hij gaandeweg tegenkomt.

Der Knochenmann
Der Knochenmann is misschien iets te ambitieus, met bijna twee uur aan alsmaar oplopende hectiek kom je als kijker naarmate de teller oploopt ook redelijk aan je tax te zitten. Waarschijnlijk is dat ook het grootste punt van kritiek: de lengte van de film en dan vooral de indeling hiervan. Er lijkt enorm veel in de film gestopt te willen worden wat niet echt voor een duidelijke verhaalstructuur volgt. Desalniettemin is de film meer dan eens bijzonder grappig en zorgt de bijna horrorachtige keuken voor de nodige narigheid die zich in de anders veel te nette herberg onderhuids afspeelt. Leuke setting, prima acteerwerk. Een leuke afsluiter van weer een succesvolle festivaldag.
Tot nu toe bevalt Film by the Sea mij echt prima. Weinig tegenvallende producties gezien, heerlijk weer voor de kiezen wat de dagelijkse fietstochten een stuk dragelijker maakt en een redelijk strakke organisatie zorgen ervoor dat ik elke dag weer meer uitkijk naar de volgende! En dat is me er eentje morgen. Twee klappers van 2009 staan op stapel: Moon en 500 Days of Summer. Zorg dat jullie mijn zouteloze kritiek hierop niet mislopen. Voor nu: weltrusten!


