Woensdagmiddag vier uur. Het International Film Festival Rotterdam (IFFR) in optima forma. Over vijf minuten begint een volslagen onbekende Turkse film. De regisseur ervan, Özcan Alper, spreekt zo mogelijk nog minder tot de verbeelding. In het reguliere circuit zal er volgende week dan ook geen hond op zijn film afkomen, maar op het IFFR is dat wel anders. Een tot de nok toe gevulde Pathézaal wacht vol verwachting op Sonbahar.
Het draait op het IFFR dan ook niet alleen om de naam of zelfs de kwaliteit van de films. Het gevoel van filmliefhebbers onder elkaar, die uitkijken naar wat hen te wachten staat, is wat het festival haar charme geeft. Het beste doet dit zich misschien nog wel voelen bij de grote publiekstrekkers. Films als Slumdog Millionaire, Rachel Getting Married en Gomorra die allemaal binnen afzienbare tijd comfortabeler en in alle rust ook in het reguliere bioscoopcircuit te bewonderen zullen zijn. Toch zitten ook hier de zalen weer vol en voegt het ook echt iets toe. Tientallen mensen die tijdens de beslissende vraag bij Slumdog Millionaire nauwelijks op hun stoel kunnen blijven zitten en het antwoord zelf wel willen – en dat ook doen – geven. Het geeft een gevoel van saamhorigheid en een gedeelde passie die je normaal gesproken in de bioscoop niet vindt.

Een ander aspect dat het festival haar specifieke karakter meegeeft zijn de regelmatige vraag-en-antwoord-sessies na de films. Nooit kom je zo dicht bij de makers van films als tijdens deze korte vraaggesprekjes. Het levert bijna zonder uitzondering nieuwe inzichten, treffende gelijkenissen tussen film en regisseur of leuke anekdotes op die de betreffende film net iets dieper in je geheugen grift.
Zo ook dit jaar met Robert Östlund. Hij weet na zijn film Involuntary, over groepsdynamiek en keuzes maken, door een persoonlijke anekdote over één van zijn acteurs de brug naar de realiteit te maken. De overweging voor Östlund of hij een acteur nu wel of niet moet vertellen dat hij volledig uit de film is geknipt, terwijl die net door het dolle heen gaat omdat de film haar première op het filmfestival van Cannes gaat beleven, weet de kern van de film te raken. Het maakt de film er uiteraard niet beter op maar het maakt de ervaring Involuntary wel bijzonderder.
Ook regisseur Bouli Lanners van de Belgische Oscarinzending Eldorado laat zich van zijn beste kant zien. De film gaat over een autoverkoper die op een dag thuis komt en daar een inbreker op heterdaad betrapt. In plaats van de man aan te geven of de politie zelfs maar te bellen besluit hij de inbreker naar zijn ouderlijk huis een paar honderd kilometer verder te brengen. Het plot blijkt autobiografisch te zijn en Lanners geniet zichtbaar van het vertellen van dit in werkelijkheid zelfs nog absurdere verhaal. Als hij dan even later ook nog bekent dat de stoel die in de film opduikt met daarop groot de naam Alain Delon, daadwerkelijk van de legendarische acteur is geweest en dat hij die gejat heeft tijdens de opnames van de laatste Asterix film, is het helemaal feest in de zaal. Vanaf dat moment is ook Eldorado een film geworden die, hoewel verre van perfect, toch bijblijft.

Het Film Festival in Rotterdam is dus meer dan simpelweg film kijken. Het maken van een planning vooraf, het hopen dat je nog net op tijd bent om kaarten te bemachtigen voor de publiekstrekkers, het vinden van dat onbekende pareltje en natuurlijk de tien dagen in de tijdelijke filmhoofdstad van Nederland zelf, het is een ervaring die voor iedere filmliefhebber de moeite meer dan waard is. En die zelfs voor niet uitgesproken filmliefhebbers nog veel te bieden heeft. Ik vind het in ieder geval jammer dat het alweer voorbij is en kan niet wachten tot 27 januari 2010.
Mijn veertien films van dit festival met waardering:
1. Rachel Getting Married (8.9)
2. Il Divo (8.7)
3. Slumdog Millionaire (8.6)
4. Troubled Water (7.6)
5. Autumn (7.1)
6. Sois Sage (7.0)
7. I Sell the Dead (7.0)
8. Eldorado (6.8)
9. Better Things (6.1)
10. Gomorra (5.5)
11. Involuntary (5.5)
12. Bronson (5.4)
13. Everybody dies but me (5.0)
14. Boogie (2.7)


