Hoewel ik mezelf doorgaans typeer als nuchter en kritisch op het zure af moet ik toegeven dat gisteravond toch wel een van de leukste avonden van het festival was, dankzij de aanwezigheid van echte sterren, en in het bijzonder een van mijn favoriete actrices: Patricia Clarkson. Ook vandaag mag ik niet klagen: de eerste film van vandaag is Blindness, naar het boek Stad der Blinden van Jose Sarámago, en ik heb hoge verwachtingen.
De film is namelijk geregisseerd door Fernando Mereilles, die eerder indruk maakte met Cicade de Deus (2002) en The Constant Gardener (2005). In Blindness verliest een man zijn zicht terwijl hij met zijn auto voor een stoplicht staat. Na dit incident wordt in rap tempo een steeds grotere groep stedelingen blind: het blijkt om een raadselachtige epidemie te gaan. Een groep besmette stadsbewoners wordt in quarantaine geplaatst. Onder hen is de vrouw van een oogarts, die als enige in de groep nog wel kan zien. Binnen onafzienbare tijd breken in de quarantaine barbaarse toestanden uit – met haar zicht is de vrouw de enige met nog een beetje macht.

Een beeldend boek als Stad der Blinden laten verfilmen door een regisseur met een geheel eigen stijl levert een risico op. Wat blijft er nog overeind van het boek wanneer Mereilles er zijn stempel op drukt? Gelukkig weet Mereilles de wereld en sfeer van het boek dicht te benaderen, al dan niet intact te houden. Zijn spel met witte fade outs, een haast gebleekt grauw beeld en volop reflecties biedt mooie beeldmetaforen voor een film waarin iedereen acuut last krijgt van een witte blindheid. Hoewel Mereilles de kans mist om van de onverklaarbare epidemie iets engs te maken zit Blindness vol met beklemmende scènes. Al met al ben ik geheel niet teleurgesteld door deze adaptatie, maar dat is vooral te danken aan het uiterlijk van de film en de bevredigende acteerprestaties van Julianne Moore als de enige ziende vrouw in een stad der blinden.

Vandaag is mijn eerste en enige dag met alleen maar literatuurfilms op mijn programma. De volgende is er echter een die me helemaal niet bevalt: Fugitive Pieces. De film is echter niet op tijd bezorgd en dus moeten we het doen met een dvd die op het scherm wordt geprojecteerd. De beeld- en geluidskwaliteit zijn niet om over naar huis te schrijven en ondertitels ontbreken. Waar ik eerder deze week schrok van het bericht dat een vrouw een film met Engelse ondertitels niet kon volgen heb ik vandaag zelf moeite mijn aandacht erbij te houden. Dit krijg ik mee: Een Joods kind van Griekse afkomst vlucht met zijn ouders uit Polen terug naar zijn land van herkomst. Later verhuist hij naar Amerika, waar hij schrijver wordt en een mooie jonge vrouw trouwt om daar vervolgens van te vervreemden. Zijn trauma’s uit zijn jeugd achtervolgen hem en worden breed uitgemeten in een overdadige hoeveelheid flashbacks. Hoewel Fugitive Pieces een emotioneel verhaal wil vertellen komt die emotie nergens over en doet de film denken aan een Bouquetroman die zwaar op de maag ligt. Daarmee is Fugitive Pieces voor mij na The Butterfly Tattoo een van de grootste teleurstellingen van het festival.

Hierna is het gelukkig weer tijd voor een wat luchtigere film: Love Comes Lately is een soort Woody Allen light, maar helaas geldt dat ook voor het komische element van de film. Regisseur Jan Schütte bewerkte drie verhalen van Isaac Bashevis Singer tot een film over een tachtigjarige schrijver die nog volop aandacht krijgt van verschillende vrouwen, maar daarmee riskeert zijn geliefde te verliezen. Voor de schrijver is het te laat om nog ergens op te hopen. Toch treedt hij het leven zacht tegemoet. Love Comes Lately is geen hilarische komedie, maar wie net zo dol is op het werk van Woody Allen als ondergetekende zal zich er niet mee vervelen.

Wat me wel verveelt is de laatste film van vandaag – The Edge of Love zou ik niemand willen aanbevelen. Dat er zaalnummer 8 op mijn kaartje staat lijkt geen goed voorteken te zijn – bioscoop Cinecity telt immers maar 7 zalen. De film blijkt vertoond te worden in de grote tent die naast de bioscoop op een parkeerplaats staat. Hoewel de tent er van buiten imposant uitziet blijkt het ellendig om daar twee uur lang naar een saaie film met Keira Knightley en Sienna Miller te moeten kijken – in de tent staat een soort podium voorzien van heel veel klapstoeltjes, die alles behalve comfortabel zitten. De film lijkt aan te sluiten op het Film en Literatuurprogramma door het leven van dichter Dylan Thomas (Mathew Rhys) onder de loep te nemen. De film draait echter niet zozeer om de dichter als wel om Keira Knightley en Sienna Miller, die de twee vrouwen spelen met wie hij een driehoeksverhouding heeft. Behalve oninteressant is The Edge of Love ook nog langdradig en kan Sienna Miller wederom niet goed genoeg acteren om haar personage geloofwaardig te maken. Na afloop komt screenwriter Sharman MacDonald, de moeder van Keira Knightley, te laat opdagen voor de Q&A omdat ze verkeerd geïnformeerd is over de eindtijd van de film. Omdat ik meer dan genoeg heb van de gehorige koude tent en mijn oncomfortabele klapstoeltje besluit ik weg te gaan. Ik passeer MacDonald onderweg naar de parkeerplaats – erg jammer vind ik het niet. Op mijn klapstoeltje werd mijn filmervaring telkens verstoord door mentale flashbacks van mijn zachte, warme bed en dat zegt genoeg.


