Wakker worden lukt vandaag goed met de eerste film, die volgens een oudere bezoekster met schelle stem dé kunstfilm van dit jaar is: All God’s Children Can Dance voelt aan als een lucide droom. De rest van de dag heeft veel voor me in petto, met als dieptepunt een hoop ergernis – ik ben langzaam aan het veranderen in een festivalzombie die zich voedt met film en paprikachips. De medewerker die bij zaal zes staat kijkt zelfs al een beetje beteuterd als ik zaal zeven in moet. Het wordt nog een lange week.
All God’s Children Can Dance is geïnspireerd op de verhalenbundel Na de Aardbeving van Japanse schrijver Murakami, die nogal huiverig is voor verfilmingen van zijn werk: eerder liet hij weten dit alleen toe te staan als deze films door ofwel Woody Allen, ofwel David Lynch geregisseerd zouden worden. Toch is het de van oorsprong Zweedse Robert Logevall gelukt deze film te maken; hij overtuigde Murakami dat het niet om een grote Hollywoodproductie ging. In All God’s Children Can Dance gaat Kengo op zoek naar zijn echte vader. Zijn moeder heeft hem jarenlang verteld dat hij de zoon van God is, maar dat slikt hij niet meer. All God’s Children Can Dance is allesbehalve conventioneel maar des te bevredigender. De onwerkelijke dialogen en prachtige cinematografie zorgen ervoor dat het voelt alsof je naar je eigen droom kijkt op het bioscoopscherm. Het lijkt me dat All God’s Children Can Dance, die ook in de Film en Literatuurcompetitie zit, een goede kans maakt om in de prijzen te vallen.

Hoewel ik niet erg enthousiast ben over de door het publiek gekozen vijfentwintig films van tien jaar Film by the Sea die tijdens deze editie opnieuw te zien (het meeste heb ik immers al gezien) zijn ben ik wel blij met de vertoningen van de films van de gebroeders Dardenne – ik besluit naar een voorstelling van Rosetta te gaan. Rosetta won in 1999 de Gouden Palm en de prijs voor beste actrice op het filmfestival in Cannes. Dit jaar krijgen de gebroeders Dardenne op Film by the Sea een Lifetime Achievement Award uitgereikt; daarom worden er naast hun nieuwe film Le Silence de Lorna ook andere films uit hun oeuvre vertoond. In Rosetta zoekt de gelijknamige hoofdpersoon, een jonge vrouw in Wallonië, wanhopig naar een baantje om zichzelf en haar alcoholistische moeder te onderhouden. Als ze keer op keer weer op straat komt te staan verlinkt ze haar ex-collega, een jongen die interesse in haar toont en zijn baas oplicht. Rosetta is boos en krachtig, en de film is dat ook. De omgeving van Rosetta is net zo uitzichtloos als haar leven, maar toch blijft ze met een verbeten drift vechten voor verbetering. Na het zien van Rosetta ben ik onder de indruk en kijk ik nu al uit naar Le Silence de Lorna, die ik zaterdag pas ga zien.

Na Rosetta wil ik nog verder terug in de tijd gaan met Luis Buñuel’s Nazarín (1959), dit samen met een lezing van Prof. Dr. Borgman. Het blijkt helaas niet mee te vallen om een kaartje te krijgen. Eerder deze week heb ik zelf ervaren en van festivalvrijwilligers gehoord dat het krijgen van kaartjes nooit een probleem is als je bereid bent ervoor te betalen – een vrijkaart krijgen voor een voorstelling is meestal een stuk lastiger. Uiteindelijk lukt het me dankzij een behulpzame medewerker dan toch en neem ik plaats in de zaal. Dat ik zo’n stampij heb moeten maken vind ik maar vreemd: in de zaal tel ik slechts vijftien mensen. Weer voel ik me een beetje beschaamd, deze keer tegenover de spreker. Wat een opkomst! Zijn lezing blijkt goed voorbereid en interessant; hij weidt vooral uit over de reacties van zowel kerken als recensenten die opvallend verschilden. Ook besteed hij aandacht aan religieuze symboliek in deze en andere films van Buñuel. In Nazarín symboliseert priester Nazarín de ultieme goedheid en laat hij zich door een ieder bestelen – zij hebben het harder nodig redeneert hij. Hij gaat op reis met twee gevallen vrouwen om hulp te verlenen in een dorp waar een epidemie is uitgebroken en ontmoet kwaad en uiteindelijk goed. Achteraf ben ik erg te spreken over de lezing en film, maar het komt me vreemd voor dat er maar zo weinig belangstelling voor is in een provincie waar geloof voor velen een rol speelt.

Daarna besluit ik met een vriend een mainstreamproductie te bekijken: The Life Before Her Eyes met Uma Thurman. Een vrouw overleeft een zogenaamde high school shooting maar heeft vijftien jaar na dato nog steeds veel last van haar trauma. Hoewel deze film op het eerste gezicht potentie heeft stelt het script en met name de gekunstelde dialoog enorm teleur. The Life Before Her Eyes had een interessant drama kunnen zijn, maar door de slappe dialogen en de constante herhalingen is het een oninteressant geheel dat niet blijft boeien, zelfs niet na de verwarrende verplichte plottwist – eenmaal onderweg naar mijn logeeradres ben ik de film alweer vergeten.


