Als ik vandaag voor de vierde keer mijn bekende route naar de Vlissingse bioscoop fiets langs het kanaal van Walcheren weet ik nog niet dat de films die ik vandaag zal gaan bekijken een gedeeld thema hebben: de dood. Echt deprimerend zijn de films gelukkig niet, ontroerend wel.
Ook blijkt dat alle films die ik vandaag zal gaan zien draaien in zaal 6. Bioscoop Cinecity heeft twee verdiepingen met zalen: op de begane grond de grote zalen 1, 2 en 3 en op de eerste verdieping de kleinere zalen, 4 tot en met 7. Als ik zaal 6 binnenloop om The Mourning Forest te gaan bekijken is het daar al behoorlijk warm en benauwd. Er is weer veel volk op komen dagen voor de vroege voorstelling. Het is ook nog oplettend volk: als de operateur de verkeerde film start en ik er iets van wil zeggen zijn er gelukkig ook andere mensen die het merken. Als de film stopt en het licht weer aangaat mompelen een paar bezoekers dat dit er ook leuk uitzag. Na een paar minuten begint het hoog geprezen The Mourning Forest dan echt. Mijn verwachtingen zijn weer eens hoog; de film is winnaar van de Grand Prix op Cannes 2008 en ik heb al veel lovende woorden gelezen.

De film opent met beelden van een begrafenisstoet, die voor een diepgroen bos langsloopt. De kist ziet eruit als een klein huisje. De personages en gebeurtenissen in The Mourning Forest behoeven weinig inleiding; alles wordt duidelijk uit de woorden en de prachtige rustige cinematografie. Verpleegster Machiko verzorgt de oude man Mako, die drieëndertig jaar geleden zijn vrouw heeft verloren maar nog steeds in de rouw is. Op zijn verjaardag wil hij maar één cadeau: zijn vrouw. Als Machiko Mako meeneemt voor een uitstapje en met haar auto in een greppel rijdt nemen de twee hun toevlucht tot het bos, waar Mako uiteindelijk het graf van zijn vrouw bezoekt en Machiko geconfronteerd wordt met haar eigen grote verdriet: het verlies van haar jonge zoon. The Mourning Forest bevat wisselend luchtige scènes, zoals die waarin Mako ervandoor gaat en zich verstopt voor Machiko, en beklemmende scènes die meer te maken hebben met de rouwprocessen van de beide hoofdpersonen.
Na de beladen boswandeling uit The Mourning Forest blijf ik in Azië. Too Young To Die, een Zuid-Koreaanse documentaire uit 2002, portretteert de passionele romance van de 72- en 73-jarige Sun-ye en Chi-gyu. De kwaliteit van het beeld is allesbehalve optimaal, maar ondanks de bejaarde onderwerpen blijft de film boeien, hoewel soms twijfelachtig is waarom: regisseur Jin-pyo Park brengt een minuten lange durende vrijpartij vol in beeld, inclusief hoogtepunt. Ook daarna zijn de bejaarden nog volop naakt in beeld, maar echt aanstootgevend vond ik het niet, maar anderen in de zaal wel. Soms lijkt Park zijn onderwerpen lichtjes belachelijk te maken; als een van hen lichamelijke oefeningen doet in de buitenlucht en op een kalender bijhoudt wanneer hij seks heeft gehad horen we op de soundtrack een grappig muziekje. Too Young To Die is een lichte, soms wat ongemakkelijke documentaire over passie op hoge leeftijd.

Veel tijd om te eten is er niet vandaag, zeker niet omdat de films doorgaans te laat beginnen en de pauzes in mijn programma zo in het water vallen. Gelukkig is er een nieuwe espressobar in de bioscoop geopend waar ik ook een broodje kan halen. Ik voel me een beetje een zeikerd als ik om de zes procent korting vraag die ik met een collegekaart klaarblijkelijk kan krijgen. Met een goed broodje haast ik me weer terug naar de bovenverdieping voor het Deense The Art of Crying. Vanuit de belevingswereld van de tienjarige Allan biedt deze film een inzage in de problematiek van zijn familie: zijn labiele vader, die zich opdringt als spreker op de begrafenissen van anderen, is elke nacht depressief en dreigt keer op keer zich op te hangen. De jonge Allan doet veel moeite zijn familieleden te helpen, maar wanneer hij erachter komt dat er meer aan de hand is dan hij dacht verandert The Art of Crying van een humoristische donkere film in een donkere film met een humoristisch randje. Zo balanceert de film op het randje tussen drama en een inktzwarte komedie; de film zweeft tussen genres. Regisseur Fog gaat inventief om met zware onderwerpen en biedt een geloofwaardige inzage in de belevingswereld van een klein jongetje. Tegen mijn verwachting in blijkt The Art of Crying een positieve verrassing in de programmering van Film by the Sea.

Zoals al eerder het geval is geweest is het daarna weer tijd voor een film die me wat tegenvalt. Go With Peace Jamil won op het IFFR 2008 een Tiger Award, maar helemaal begrijpen waarom lukt me niet. In de film, die een verhaal over wraak en geloofsworsteling vertelt, ligt de betekenis er duimendik bovenop: iedereen is de dupe. De cinematografie werkt wel: in het frame is slechts ruimte voor de bezwete hoofden van Jamil en zijn kennissen of vijanden – de film is vanaf het begin benauwend. Als kijker weet je dat het vanaf dit moment alleen nog maar bergafwaarts kan gaan met de stugge Jamil. Even later mag ik mijn mening geven voor het festivalkrantje. Ik vind Go With Peace Jamil juist door de overduidelijk aanwezige boodschap over de relevantie van geloof en wraak een beetje een lege film. Toch ben ik wel tevreden met de oogst van vandaag, zeker gezien mijn elke dag heviger wordende verkoudheid. Traag fiets ik dezelfde route weer terug langs het kanaal terwijl ik de films van vandaag overpeins. Na het prachtige Versailles ben ik tot nu toe het meest gecharmeerd van The Art of Crying, maar een top vijf is er, hoe jammer ook, nog lang niet…


